Africhting

De africhting is een vorm van hondensport die bestaat uit speuren (afdeling A), appèl (afdeling B) en manwerk (afdeling C).
Deze 3 onderdelen zijn vaste onderdelen van het SchH en IPO-programma. Deze programma’s kennen 3 moeilijkheidsgraden: van SchH1/IPO1 het “makkelijkste” tot SchH3/IPO3 het “moeilijkste”.
Voordat een hond SchH1/IPO1 examen mag doen, moet men eerste het VZH (VerkeersZekere Hond) diploma halen. Hierin wordt naast appèl, ook het sociale gedrag van de hond beoordeeld.

AFDELING A: SPEUREN

SpeurenBij dit onderdeel moet de hond een spoor uitwerken van 300 tot 600 passen, waarbij het spoor 20 tot 60 minuten oud is.
Op het spoor liggen een aantal voorwerpen die de hond moet verwijzen. Het spoor kan worden uitgelopen in een weiland, op een akker of in het bos. Het speuren van de hond kan verder getraind worden tot het behalen van het Speurhond 1 of 2 diploma (sporen van 1200 tot 1800 passen, ca 180 minuten oud).


AFDELING B: APPEL

Appél
Dit onderdeel bestaat uit een aantal gehoorzaamheidsoefeningen, zoals volgen, zit en af uit beweging, sta en ophalen of voorroepen. Verder moet de hond apporteren met houten blokken over de grond, over een haag en over een A-schutting en als afsluiting moet de hond vooruit gestuurd worden. Daarna moet de hond afliggen met de geleider op afstand, terwijl een andere combinatie de appèloefeningen doet.


AFDELING C: MANWERK

ManwerkDit onderdeel wordt door de meeste mensen het spectaculairst gevonden. Hierbij moet de hond de pakwerker vinden door het revieren van verstekken en moet de hond de pakwerker aanblaffen (bewaken) als hij deze heeft gevonden.
Hierna vinden er enkele ‘gevechtshandelingen’ plaats waarbij de hond getest wordt op de beet in de mouw, doorzettingsvermogen, moed, vechtlust en gehoorzaamheid. Dit laatste neemt een belangrijke plaats in bij het pakwerk (lossen op commando).