Speurhond 1

Speurhond 1 SpH. 1

IPO-SpH I.
Totaal te behalen punten 100
Toegestaan commando: “Zoek”.
Speuren = 79 punten
4 Voorwerpen (3 x 5, 1 x 6) = 21 punten
Verleidingsspoor, Uitwerkingstijd: 30 min.

Ongeveer 1200 Passen, 7 benen, 6 hoeken, 4 voorwerpen, circa 180 min oud, een verleidingsspoor, uitwerkingstijd 30. min.

Uitwerking van het Spoor: …………………………………………………… 79 Punten
Voorwerpen: (3 x5 en 1 x 6) ……………………………………………….. 21 Punten
Totaal: 100 Punten.

Indien geen voorwerpen gevonden worden kan maximaal de kwalificatie „Voldoende“ behaald worden.

1) Toelating:

Op de dag van het examen moet de hond 18 maanden oud zijn en het certificaat VZH conform de nationale regels van de Raad van Beheer hebben behaald.

2) Inzet bij het Speuren.

De hond moet zijn speurkwaliteiten op een, ten minste 1200 passen lang en minstens 3 uren oud vreemd spoor tonen. Op het spoor worden zes rechte aan het terrein aangepaste (90°) hoeken gelegd. Het spoor wordt twee keer op ruime afstand van elkaar liggende punten, door een vreemd spoor dat jonger is, door- sneden. Op het spoor liggen op onregelmatige afstand van elkaar vier voorwerpen die door de spoorlegger minstens 30 minuten voor het leggen van het spoor bij zich heeft gedragen. Op het spoor moeten verschil- lende voorwerpen gebruikt worden. (materiaal: Leder, Textiel, Hout) De voorwerpen zijn ongeveer 10cm lang, 2-3cm breed en 0,5-1cm dik. De kleur van de voorwerpen mag niet wezenlijk verschillend van het terrein zijn.

Op wedstrijden moeten de voorwerpen van een nummer zijn voorzien dat gelijk is aan het nummer op de speurpiket. De voorwerpen dienen door de hond te worden verwezen of geapporteerd.

Bij het aanmelden moet de geleider de keurmeester melden of de hond verwijst of apporteert. Het mixen van beiden is foutief. Alleen de voorwerpen die op de door de hondengeleider aangegeven wijze worden verwezen, (apporteren of verwijzen) worden beoordeeld.

De hond mag vrij of aan de lijn speuren. Wanneer de hond aangelijnd speurt mag de lijn doorhangen. Tevens is het toegestaan de volgende speurtuigen te dragen: speurtuig of bütcher, zonder bijkomende riemen.

3) Leggen van het spoor.

De keurmeester overhandigd aan de spoorlegger of de spooruitzetter (spoorverantwoordelijke) een schets van het te leggen spoor. De spoorlegger/uitzetter beschrijft aan de hand van de omgeving merktekens zoals, alleenstaande bomen, elektriciteitsmasten, schuilhutten e.d. het te leggen spoor. Voor het leggen van het spoor toont de spoorlegger aan de keurmeester de vier voorwerpen . De aanzet van het spoor moet gemarkeerd worden door een piket die links van het spoor in de grond wordt geplaatst. Deze piket dient tijdens het gehele uitwerken van het spoor, te blijven staan. Na enige tijd bij de piket te hebben stilgestaan, volgt de spoorlegger de door de keurmeester aangegeven route.

De VW zijn op onregelmatige afstanden en niet binnen 20 mtr. voor of 20 mtr. na een hoek te leggen.

op het spoor neer te leggen. Het 1ste voorwerp mag niet eerder dan na 250 passen neergelegd worden. Het 4de voorwerp wordt op het einde van het spoor gelegd.

Voorwerpen op of te dicht bij de hoeken leggen is niet toegestaan. De voorwerpen moeten niet naast maar op het spoor worden gelegd. De plaats waar de spoorlegger de voorwerpen neerlegt wordt door hem op een schets aangegeven met een kruis.

Er moet nadrukkelijk worden gelet op het feit dat het spoor over verschillende ondergronden gelegd wordt. Het oversteken van een openbare weg is geen dwingende verplichting. Het spoor moet zo worden gelegd dat het de realiteit weer geeft. Ieder schematische volgorde dient vermeden te worden.

Dertig minuten na het leggen van het spoor zal een tweede, voor de hond vreemde persoon, op een door

de keurmeester aangegeven plaats, twee keer het gelegde spoor doorkruisen. (dit doorkruisen mag niet op de 1ste of het laatste been of binnen 40 pas voor of na een hoek van het spoor gebeuren)

4) Het uitwerken van het spoor.

De hond moet bij de aanzet/piket intens geur opnemen. Hij moet zo opgeleid zijn dat hij rustig en zonder inwerking van de geleider met het commando “zoek” het spoor opneemt. In geen geval zal de geleider met de hand de hond de richting van het spoor aangeven. Indien de geleider de indruk heeft dat de hond het spoor niet correct heeft opgenomen dan mag hij de hond opnieuw aanzetten, echter slechts zolang de hond nog geen 15 passen van de aanzet verwijderd is. Hiervoor worden 4 punten afgetrokken.

Het spoor dient rustig te worden uitgewerkt zodat de geleider de hond in normale pas kan volgen. Als de hond bij een voorwerp aankomt moet hij dit onmiddellijk opnemen of overtuigend verwijzen. Het verwijzen kan liggend, zittend of staande gebeuren. De geleider begeeft zich direct naar zijn hond, pakt het voorwerp op en toont dit aan de keurmeester door het omhoog te steken. Daarna mag hij het voorwerp in zak doen. De geleider mag zijn hond kort loven en zet hem weer aan. Indien de hond op het spoor stopt bij een voorwerp dat niet door de spoorlegger is neergelegd, dan mag hij dit niet opnemen noch verwijzen. Indien de hond het verleidingsspoor opneemt en dit ongeveer een lijnlengte volgt, moet het speuren afgebroken worden. Heeft de hond binnen de tijd van 30 minuten het einde van het spoor niet bereikt, dan wordt het speuren door de keurmeesterafgebroken.

5) Beoordeling.

De hoogste beoordeling (100 punten) kunnen alleen toegekend worden als de hond van begin tot het einde het voor hem gelegde spoor overtuigend heeft uitwerkt en de vier voorwerpen correct opgenomen of verwezen heeft. Alle hoeken moeten zeker en overtuigend uitgewerkt worden. De hond mag zich niet door de verleidingssporen laten beïnvloeden. Voor niet opgenomen of verwezen voorwerpen worden geen punten toegekend. Indien geen door de spoorlegger gelegde voorwerpen zijn gevonden kan slechts de kwalificatie “Voldoende “ worden toegekend.

Bij het vals verwijzen (bijvoorbeeld een niet door de spoorlegger gelegd voorwerp) volgt een aftrek van 2 punten.

6) Toekenning van het certificaat Speurhond I (SpH I)

Het certificaat SpH I zal slechts worden toegekend indien de hond minstens 70 punten behaald heeft. De waardering zal geformuleerd worden als volgt:

Maximum Uitmuntend Zeer Goed Goed Voldoende Onvoldoende
100 Punten 96 – 100 90 – 95 80 – 89 70 – 79 0 – 69

IPO/SpH I:

Mogelijke vormen. Dit zijn voorbeelden, géén bindende vormen.

SpH I:

Bron: CWH