Speurhond 2

Speurhond 2 SpH. 2

IPO – SpH II.

Totaal te behalen punten 100

Toegestaan commando: “Zoek”.

Een vreemd spoor dat er als volgt uitziet:

Ongeveer 1800 Passen, 8 benen, 7 hoeken, 7 voorwerpen, circa 180 min oud, een verleidingsspoor,

uitwerkingstijd 45 min.  
Uitwerking van het Spoor: ……………………………………………………79 Punten
Voorwerpen: (7 x 3) 21 =…………………………………………………….. 21 Punten
Totaal: 100 Punten.

Indien geen voorwerpen gevonden worden kan maximaal de kwalificatie „Voldoende“ behaald worden.

1) Toelating:

Op de dag van het examen moet de hond 18 maanden oud zijn en het certificaat VZH conform de nationale regels van de Raad van Beheer hebben behaald.

2) Algemene bepalingen:

De keurmeester of de spooruitzetter/legger bepalen aan de hand van het ter beschikking staande terrein het verloop van het spoor. Het is niet toegestaan dat de hoeken en voorwerpen op dezelfde afstand of tussen- ruimte gesitueerd of neergelegd worden. De volgorde van werken wordt steeds bepaald door het lot.

De spoorlegger moet voor het leggen van het spoor de voorwerpen tonen aan de keurmeester of spooruitzetter. De spoorlegger dient 30 minuten voor het leggen van het spoor, in het bezit te zijn van de voorwerpen.

De aanzet van het spoor dient door een speurpaaltje/piket gemarkeerd te worden. Dit speurpaaltje dient steeds links van de aanzet van het spoor in de grond geplant te worden.

Na een kort stilstaan, gaat de spoorlegger in normale pas in de hem aangewezen richting. De benen van het spoor zullen aan het terrein aangepast zijn. Eén been moet de vorm hebben van een halve cirkel met een radius van minstens 3 speurlijnen (30 meter). De halve cirkel begint en eindigt met een rechte hoek. De 7 hoeken moeten in normale pas gelegd worden en aan het terrein aangepast zijn. Tenminste 2 hoeken zijn scherp, tussen 30° en 60°. De voorwerpen moeten van verschillende samenstelling zijn (leder, hout, textiel). Het eerste voorwerp dient te worden gelegd na ten minste 100 passen. Twee voorwerpen op hetzelfde been is toegelaten. Zij kunnen onregelmatig op alle benen gelegd worden. Het laatste voorwerp ligt aan het einde van het spoor. De voorwerpen moeten vanuit een normale pas lopend op het spoor gelegd worden zonder halt te houden en nooit binnen de 20 passen voor of na een hoek. Na het leggen van het laatste voorwerp moet de spoorlegger nog enkele passen recht door gaan. De voorwerpen zijn maximaal 10cm lang, 2-3cm breed en 0,5-1cm lang. De kleur mag niet wezenlijk verschillen van het terrein. Zij moeten een nummer dragen dat gelijk is aan het nummer op het speurpaaltje. Tijdens het leggen van het spoor moeten de geleider en de hond uit het zicht zijn. Een ½ uur voor de aanvang van de speuroefening moet een tweede SL een verleidingsspoor leggen. Dit verleidingsspoor moet twee benen doorkruisen en mag nooit onder een hoek die kleiner is dan 60° worden gelegd. Het verleidingsspoor mag het eerste en/of het laatste been niet doorkruisen. Het mag niet twee keer hetzelfde been doorkruisen of binnen 40 pas voor of na een hoek van het spoor worden gelegd.

De keurmeester, wedstrijdleider en begeleidende personen zullen tijdens het werken van de hond niet vertoeven op die plaatsen waar de hond volgens het reglement het recht heeft om te zoeken.

a) Commando: “Zoek”.

Het toegestane commando “zoek” is toegestaan bij het begin van het spoor en bij het aanzetten na de voorwerpen. Ook tijdens het speuren, uitgezonderd op de hoeken en bij het naderen van de voorwerpen, is het toegestaan de hond aan te moedigen en het commando “ zoek” te herhalen.

b) Uitvoering.

De geleider bereidt zijn hond voor op het speuren. De hond kan vrij zoeken of aan de speurlijn van 10 meter. De 10 meter lange speurlijn kan over de rug, zijdelings, tussen de voorpoten en/of tussen de achterpoten gedragen worden. De speurlijn kan ook aan de, niet op strop ingestelde, halsketting bevestigd worden. Tevens is het toegestaan de volgende speurtuigen te dragen: speurtuig of bütcher, zonder bijkomende riemen.

Na te zijn opgeroepen meldt de geleider zich met zijn hond in basispositie bij de keurmeester en geeft aan of zijn hond verwijst of apporteert. Gedurende de aanzet en tijdens het speuren is elke vorm van dwang verboden. Op teken van de keurmeester dient de geleider zijn hond langzaam en rustig naar de aanzet te brengen en aan te zetten. De hond moet vanaf de aanzet met diepe neus en intensief, in een gelijkmatig tempo het spoor volgen. De geleider volgt zijn hond op 10 meter afstand. Bij vrij zoeken is de afstand van 10 meter eveneens te respecteren. De speurlijn mag, wanneer zij door de geleider niet losgelaten wordt, doorhangen. De hond moet de hoeken zeker uitwerken. Na de hoeken moet de hond in gelijkmatig tempo verder werken. Zodra de hond een voorwerp gevonden heeft moet hij het zonder beïnvloeding door de geleider, onmiddellijk opnemen of overtuigend verwijzen. Indien de hond het voorwerp opneemt, kan hij dit doen in staande of zittende houding of het apporteren naar de geleider (de manier van verwijzen hoeft niet steeds dezelfde te zijn). Verdergaan met het voorwerp of liggend opnemen is foutief. Het verwijzen kan liggend, staand of zittend gebeuren, (mag ook wisselend) Nadat de hond het voorwerp verwezen heeft, laat de geleider de lijn vallen en begeeft zich naar zijn hond. Door het omhoog steken van het voorwerp toont de geleider aan dat het voorwerp gevonden werd. De hond wordt weer aangezet en zet het speuren verder. Na beëindigen van het spoor toont de geleider aan de keurmeester de gevonden voorwerpen. Het toedienen van voedsel aan de hond is tijdens het speuren verboden. Het is de geleider toegestaan na ruggespraak met de keurmeester, de arbeid kort te onderbreken indien hij van oordeel is dat de gezond- heid van zichzelf of van zijn hond verzorging vereist. Voorbeeld: bij grote hitte. De aldus genomen pauze maakt onverminderd deel uit van de toegestane uitwerkingstijd. (45 minuten) Het is de geleider toegestaan om in deze pauze of bij de voorwerpen de ogen, neus en mond van de hond te verzorgen. Een natte doek kan voor dit doel worden meegenomen. Deze hulpmiddelen dienen vooraf aan de keurmeester te worden voorgelegd. Andere hulpmiddelen zijn niet toegelaten.

c) Beoordeling.

Om te slagen moeten het speurwerk met minimaal de vermelding voldoende (70) gewaardeerd te worden. De beoordeling begint bij aanvang van het spoor. Het tempo is geen criterium voor de beoordeling van het werk indien het spoor intensief, gelijkmatig en overtuigend uitgewerkt wordt en de hond een positieve uitstraling heeft.

Overtuigen zonder het spoor te verlaten, is niet foutief.

Opnieuw aanzetten, aarzelen, speuren met hoge neus, behoefte doen, ronddraaien op de hoeken, voortdurend aanmoedigen door de geleider, foutief opnemen of foutief verwijzen van de voorwerpen, of vals verwijzen, leiden tot puntenaftrek. Indien de geleider één speurlijnlengte het spoor verlaat, wordt het speuren afgebroken. Indien de hond het spoor verlaat en daarbij door de geleider wordt tegen gehouden, volgt een aanwijzing van de keurmeester de hond te volgen. Wanneer deze aanwijzing niet wordt opgevolgd wordt het speuren afgebroken. Is binnen de tijd van 45 minuten het einde van het spoor niet bereikt dan wordt het speuren afgebroken. Uitzondering hierop wordt gemaakt wanneer de hond al aan het laatste been begonnen is. De tot op het ogenblik van afbreken getoonde arbeid wordt beoordeeld. Opnemen en verwijzen van de VW is foutief. De overlopen voorwerpen moeten niet aan de HG getoond worden. De Verdeling van de punten voor het speurwerk op de verschillende benen moet gebeuren op basis van de lengte en moeilijkheidsgraad.

De beoordeling van het speurwerk op de verschillende benen gebeurt door kwalificaties en punten. Zoekt de hond niet, blijft hij lang verwijlen op eenzelfde plek zonder te zoeken, dan kan ook hier het speuren worden afgebroken, zelfs indien de hond zich nog op het spoor bevindt.

De tot het afbreken behaalde punten worden toegekend.

Als een hond tijdens het vinden van de voorwerpen de ene keer verwijst en een volgende keer opneemt dan is dit foutief. Beoordeeld worden alleen de voorwerpen die zijn verwezen op de wijze als de geleider bij het aanmelden heeft aangegeven. Vals verwijzen wordt meegenomen in de beoordeling van het betref- fende been. Overlopen voorwerpen hoeven niet aan de keurmeester getoond te worden. Niet verwezen op opgenomen voorwerpen worden niet beoordeeld.

In de beoordeling in punten/kwalificatie voor het uitwerken van de hoeken moet de moeilijkheidsgraad van de betreffende hoek meegenomen worden. Zoekt de hond niet (treuzelen op de hoek zonder te zoeken) kan het spoor ook afgebroken worden als de hond zich nog op het spoor bevind.

Mogelijke spoorvormen Sp.H. 2

A A A
A A A

A A

Bron: CWH